vrijdag 23 september 2011

Dagdroom #007

ik ben in een jungle. Het is middag; de zon staat op haar hoogst. Ik ben vogels aan het spotten. Mijn vrouw loopt voorop, zij weet de route als geen ander.
We weten niets van elkaar want we spreken een ander dialect. Het is niet erg, we moeten er vaak om lachen. Soms kan het best pijnlijk zijn. Op het moment dat ik het denk word k gestoken door een mug. Geen malaria hoop ik nog. Op dat moment worden de tropische kleuren om me heen feller. Ik roep mijn vrouw en zegt de laatste woorden die ik hoor: "Daar is een vogel".
Ik kijk om me heen en zie dat de vogel mij recht aankijkt. Het is een toekan. Ik voel me sterk aangetrokken tot de grote bolle ogen. Het wordt langzaam zwart voor mijn ogen en ik val flauw. Als ik wakker word lig ik op een onbekende plek; In een huisje bij een strand. Mijn vrouw is er ook. "Ze is er bas, en er ligt voldoende eten" zegt ze. Wat ze bedoelde is dat ze hier nog niet zo lang geleden is aangekomen, en dat er dus voldoende eten is. Waarschijnlijk ben ik hier dus pas. Ik voel een lichte druk op mijn borst en hoofdpijn maar ik begin me gedurende de dag steeds beter te voelen, gelukkig maar.
Na een paar dagen begin ik me stierlijk te vervelen. De seks is goed, daar klaag ik niet over. De plek is ook perfect. Het probleem is dat ik geen dromen meer heb en misschien ook nooit meer zal hebben. Ik blijf er maar over nadenken. Ik word er gek van.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten